Relatiebegeleiding

Een voorbeeld
Hij loopt met grote stappen op haar af. Zij schrikt. Hij ziet en voelt dat en voelt zich afgewezen. En trekt zich terug. Zij merkt dat en voelt zich in de kou staan.
Wat is er nou eigenlijk gebeurd?
Hij loopt enthousiast op haar af. Omdat hij haar lief vindt. Zij schrikt. Ze heeft altijd schrik als iemand snel op haar af loopt, ze ervaart dat als bedreiging en als macht. Dit heeft te maken met haar jeugdervaringen. Ze is bang en zou daar in gezien willen worden. Misschien zelfs getroost.
Hij weet dat niet. Hij denkt dat ze zo doet omdat ze hem niet (meer) leuk vindt. Dit kwetst hem zo dat hij zich ook terug trekt.
Als je zo kijkt zie je twee mensen die er nogal stuurs uitzien. Terwijl ze eigenlijk allebei bang en gekwetst zijn. En alleen. Ook hebben ze geen oog voor elkaar.
Als je dit stel bewust maakt van wat er nou eigenlijk gebeurt zou het contact kunnen herstellen. Er zijn verschillende mogelijkheden. Zij voelt haar angst en zegt “wacht even, ik merk dat ik bang word, wat raar, ik vind je toch lief en je doet niet eng”. Hij stopt en ziet haar angst en kwetsbaarheid en dat raakt hem. Zij voelt zich gezien en dat maakt dat ze zich weer kan open stellen.
Of hij ziet dat ze zich terug trekt en zegt: “Je ziet er zo bang uit, wat is er nou aan de hand”. Ze begint te huilen en zegt “Ik weet het niet, ik voelde me plotseling zo klein”.
Wat er echter vaak gebeurt is dat mensen zich gekwetst of aangevallen voelen en zich gevoelsmatig terug trekken. Ze houden elkaar vaak nog wel in de gaten met de ogen. Ze zijn heel alert. Maar het kan ook dat ze elkaar juist ontwijken. En zodra de één wat zegt bijt de ander van zich af.

Lees verder   Vorige pagina
blank